Creatieve AI-workshops voor basisscholen
Terug naar MAKO

Docentenhandleiding · Groep 5–8 · 120 minuten

Bouw je eigen AI-personage

Voorbereiding, lesstappen, werkblad en ouderinformatie. Gebruik dit overzicht naast de leerlingomgeving.

Voorbereiding

  • Open de les op een leerlingapparaat.
  • Controleer toegang, geluid, opslag en het afgesproken AI-budget.
  • Bespreek: geen namen, foto’s of stemmen van echte kinderen.
  • Leg papier en potloden klaar voor de offline-stap.

Benodigdheden

Laptop of tablet met browser · Stabiele wifi · Papier en potloden

De les begeleiden

1. Ontwerp je personage · 20 minuten

Kies een verzonnen naam, schets het uiterlijk en bedenk twee karaktertrekken. Wat mag het personage wel doen, en wat juist niet? Vul de ontwerptafel op deze pagina in. Gebruik geen echte namen of persoonlijke verhalen.

Kies een verzonnen naam en twee karaktertrekken. Open de ontwerptafel hieronder en vul uiterlijk en regels in. Bedenk wat jouw personage niet mag vragen of beweren.

Check: Mijn personagekaart bevat regels, geen persoonsgegevens.

Tip: Vraag naar de keuze van de leerling. Doe het niet meteen voor. Controleer budget en instellingen vóór een AI-opdracht.

2. Leer het aansturen · 25 minuten

Een prompt is een opdracht aan AI. Maak van “doe aardig” een duidelijke instructie: rol, toon, taak, grenzen en antwoordvorm. Vergelijk je korte opdracht met de uitgewerkte prompt van de ontwerptafel. Lees de prompt van je buur: zou jij weten wat je moet doen?

Kopieer de voorbeeldprompt en verander de rol, toon en taak. Schrijf hoe lang een antwoord mag zijn. Voeg een grens toe. Laat je buur de prompt lezen: begrijpt die hoe jouw personage reageert?

Check: Mijn opdracht bevat rol, taak, toon, grenzen en antwoordvorm.

Tip: Vraag naar de keuze van de leerling. Doe het niet meteen voor. Controleer budget en instellingen vóór een AI-opdracht.

3. Geef het logica · 20 minuten

Kies in de regeltester een trefwoord. Verbind “als de vraag dit woord bevat” met een actie. Test eerst met het woord en daarna zonder. Lees samen de kleine codeversie. Pas één regel aan en voorspel wat er zal gebeuren voordat je opnieuw test.

Kies een trefwoord en een antwoord in de regeltester. Voorspel wat er gebeurt met en zonder dat woord. Voer beide tests uit en vergelijk met je voorspelling.

Check: Mijn als-dan-regel geeft twee voorspelbare uitkomsten.

Tip: Vraag naar de keuze van de leerling. Doe het niet meteen voor. Controleer budget en instellingen vóór een AI-opdracht.

4. Laat ze praten · 20 minuten

Start het voorbeeldgesprek van Pip en Bo. Pauzeer na een antwoord: welke karaktertrek zie je? Werk daarna in tweetallen. Wissel personagekaarten en schrijf beurt voor beurt een gesprek volgens de regels van elkaars personage. Vier tot zes korte antwoorden is genoeg.

Bekijk het vooraf geschreven voorbeeldgesprek. Wissel personagekaarten met je buur. Schrijf vier tot zes beurten volgens elkaars regels. Markeer bij elke beurt welke regel je gebruikte.

Check: We kunnen uitleggen waarom ieder antwoord bij het personage past.

Tip: Vraag naar de keuze van de leerling. Doe het niet meteen voor. Controleer budget en instellingen vóór een AI-opdracht.

5. Wat gebeurde er? · 20 minuten

Vergelijk de bedoeling met het gesprek. Stelt iemand iets als feit zonder dat te kunnen weten? Is een opdracht te vaag? Verander één instructie en herschrijf hetzelfde antwoord. Bespreek dat AI overtuigend kan klinken en toch iets fout kan hebben.

Kies een antwoord dat te stellig, onjuist of vaag is. Bedenk welke informatie het personage niet kan weten. Verander één regel en herschrijf het antwoord.

Check: Ik herken het verschil tussen een overtuigend antwoord en een juist antwoord.

Tip: Vraag naar de keuze van de leerling. Doe het niet meteen voor. Controleer budget en instellingen vóór een AI-opdracht.

6. Première · 15 minuten

Presenteer je personage, prompt en code. Lees het gesprek in rollen voor. Download de personagekaart en vertel één ding dat je over AI hebt ontdekt. Verfilmen met beeld of geluid kan als vervolgactiviteit, na overleg over tijd en credits.

Lees jullie dialoog in rollen voor. Download de personagekaart via de ontwerptafel. Bewaar de verbeterde prompt en je reflectie in het lesbestand.

Check: Ik kan mijn personage, prompt en code uitleggen.

Tip: Vraag naar de keuze van de leerling. Doe het niet meteen voor. Controleer budget en instellingen vóór een AI-opdracht.

Leerlingwerkblad

Mijn avatar of kleur: ____________________

1. Ontwerp je personage

Mijn personagekaart bevat regels, geen persoonsgegevens.

2. Leer het aansturen

Mijn opdracht bevat rol, taak, toon, grenzen en antwoordvorm.

3. Geef het logica

Mijn als-dan-regel geeft twee voorspelbare uitkomsten.

4. Laat ze praten

We kunnen uitleggen waarom ieder antwoord bij het personage past.

5. Wat gebeurde er?

Ik herken het verschil tussen een overtuigend antwoord en een juist antwoord.

6. Première

Ik kan mijn personage, prompt en code uitleggen.

Differentiatie

Starter: Begin met één onderwerp en gebruik de voorbeeldopdracht.

Door: Verander één detail en vergelijk twee versies.

Uitdaging: Gebruik hetzelfde idee in een tweede scène. Leg uit wat gelijk moet blijven.

Zonder internet of AI

Teken of beschrijf je idee op papier. Schrijf de opdracht erbij. Laat een klasgenoot het resultaat voorspellen en geef elkaar één tip.

Bespreekvragen

  • Welke keuze maakte jij zelf?
  • Wat deed de AI anders dan je verwachtte?
  • Wat zou je bij een volgende versie veranderen?

Veelvoorkomende valkuilen

  • Te veel tegelijk veranderen maakt vergelijken moeilijk.
  • Een afspeelbare demo is geen live AI-generatie.
  • Bestanden moeten bewust worden opgeslagen; een preview is geen export.

Antwoorden bij de quiz

1. Jij kiest en verbetert — Jij maakt keuzes. De AI is een hulpmiddel.

2. Ik kijk wat anders is en verbeter mijn opdracht — Vergelijken helpt. Pas één onderdeel aan en test opnieuw.

3. Je adres en wachtwoord — Persoonlijke gegevens houden we buiten onze opdrachten.

4. Voor je een nieuwe AI-opdracht start — Kijk samen met je begeleider naar credits en instellingen.

5. Wat jij koos, wat AI deed en wat je veranderde — Jouw keuzes en ontdekkingen zijn onderdeel van het resultaat.

Informatie voor ouders

Tijdens deze MAKO-workshop bedenkt uw kind een eigen creatie. AI helpt bij het maken; leerlingen kiezen, vergelijken en verbeteren zelf. We bespreken dat AI fouten kan maken en dat persoonlijke gegevens niet in opdrachten horen. De les bevat ook overleg en een moment zonder scherm. Vraag na afloop wat uw kind zelf bedacht, wat AI toevoegde en welke keuze het zou veranderen. Werk wordt niet automatisch openbaar gedeeld.

Wat onthouden we?

  • Jij bedenkt het idee. AI helpt je maken.
  • Controleer wat de AI maakt.
  • Een volgende versie mag anders zijn.

Aanknopingspunten bij digitaal creëren, kritisch beoordelen en verantwoord omgaan met AI. Geen SLO-keurmerk of volledige dekking van kerndoelen.